Ik kan niet meer terug naar de yoga die ik vroeger gaf – Interview Emmalia Bijker

Aan de keukentafel spreek ik met Emmalia Bijker, die al tientallen jaren een eigen yogaschool heeft in Abcoude. We volgeden destijds beiden de Opleiding Essentiecoaching en blikken samen terug op de trainingsweekends. Emmalia vertelt mij wat zij bij Essentiecoaching vond en hoe dit haar manier van werken als yoga docent heeft veranderd. 

Emmalia: “Bij de opleiding Essentiecoaching vond ik het pad dat ik graag wil uitbreiden naar meer bewustwording. Dat sloot helemaal aan op mijn eigen weg.”

 

Ik was op zoek naar de verbinding met een onbekende kant van mezelf. Ik miste mijn ondernemende geest, ik wilde mezelf meer neerzetten en mezelf duidelijker laten zien. Een interview op Youtube sprak me erg aan. Daarin beschreef Lenne Gieles de balans tussen de innerlijke man en de innerlijke vrouw. Tijdens de opleiding Essentiecoaching leerde ik mijn eigen innerlijke man kennen en ik ontdekte zijn behoefte. Behoefte aan erkenning en herkenning.  Door deze erkenning aan mezelf te geven, kon ik mezelf als meer compleet ervaren. En kon ik mezelf meer ruimte geven, door alles er te laten zijn. Het klinkt eenvoudig, maar dit was eerst een pijnlijk proces. Want er waren ook momenten dat ik die erkenning niet ervoer en dat was erg confronterend.

 

Tegelijk ontdekte ik mijn innerlijke vrouw, die meer mocht gaan durven voelen. Ik kan andere mensen beter helpen doordat ik meer mezelf ben. Ik laat mijn eigen gevoel meer toe, toon dit aan anderen en daarmee geef ik deze wijsheid door. Wie hier open voor staat heb ik iets te bieden, namelijk een ontdekkingsreis naar en in jezelf.

 

 

Verliep die ontdekkingsreis bij jou helemaal zonder kleerscheuren? 

Ik ben mezelf soms behoorlijk tegengekomen en dat doet pijn. Ik zag de pijn bij anderen en realiseerde me, dat de ander ook mijn eigen pijn spiegelt. Door de meditaties en de beschermende warmte van elkaar kon ik bij die pijn te komen. Dit zelfonderzoek leidde tot inzicht en het loslaten van weerstanden. Ik ben daardoor completer geworden. Ik blijf afweer en pijn tegenkomen maar ik kom sneller terug bij mezelf. Ik herstel snel uit onbalans en hervind mijn evenwicht.

Ik kan niet meer terug naar de yoga die ik vroeger gaf. Dat is voor sommigen even wennen. Lachend vertelt ze: “Toen ik laatst bijvoorbeeld tijdens een yogales ze elkaars hoofd liet wiegen, riep dit weerstand op. Een leerling zei,  ik kom hier om yoga oefeningen te doen hoor”. 

 

Mijn manier van werken als yoga docent heeft zich mede door Essentiecoaching verbreed. Ik werk met thema’s die meer diepgang toevoegen aan de yogales.

Bij een thema als overgave komen yoga, ontspanning en persoonlijke ontwikkeling samenBij overgave-oefeningen ervaren deelnemers hoe ze verkrampen. Het losschudden of wiegen van benen en armen maakt je ervan bewust, hoe moeilijk het is om je over te geven aan de ander en aan de situatie. Ik help je om de controle los te laten, door een veilige plek in jezelf te vinden. Essentiecoaching heeft mij een toegevoegde waarde gegeven. Door als docent achter iemand te staan ervaren de yogabeoefenaars steun voor zichzelf en voelen ze zich veilig. Ze kunnen zo hun kwetsbaarheid tonen.

Bij het thema liefde besteed ik aandacht aan de liefde voor je lijf. Een arm wordt door veel leerlingen als een ding behandeld. Door ze hun eigen arm of de arm van een ander als een baby te laten behandelen, worden ze subtieler in hun beweging, met meer aandacht en liefde.

Deelnemers mogen ook zelf aangeven wat hen bezig houdt, zodat we daar in de les op kunnen inspelen. Vaak zijn dit afgestemde thema’s, die ook voor andere deelnemers van belang zijn. Ik luister, ik ben er voor de ander en verbreed het thema zodat anderen zich er ook in herkennen. Dan kies ik een oefening die aansluit bij de ingebrachte dilemma. Dit zijn vaak lichaams- en gevoelservaring-gerichte oefeningen, waarbij je je bewust wordt van sensaties en blokkades in je lichaam. Je kunt ook uitgenodigd worden om met een partner ervaringen op te doen.

Door deze manier van werken trek ik andere leerlingen aan. Vooral mensen die bewuster willen leven. Bij anderen roept mijn manier van werken weerstand op. Het is te confronterend voor ze om meer te voelen.

 

Jaag je daarmee geen deelnemers weg uit je groepslessen?

Iedereen is en blijft welkom. Ik stel me open voor alle leerlingen. Verder zorg ik er bij de keuze van thema’s voor, dat ik ook voor minder ervaren leerlingen wat te bieden heb. Door verbinding te maken op meerdere dimensies, sluit ik aan op de verschillen in niveau. Ieder kan op zijn eigen niveau aansluiten bij het thema.

Bijvoorbeeld het thema aarde. Het lukt de meeste mensen wel om te aarden. Ik laat iedereen lopen en de aarde voelen. Een niveau dieper is, door ook verbeelding te gebruiken. Stel je bijvoorbeeld voor dat je de aarde kust. Een deel van de mensen schiet dan misschien in de lach, voor anderen geeft het een extra verdieping. Ik laat mensen dus vrij om datgene eruit te pakken waar ze wat aan hebben.

Website van Emmalia Bijker: yogaemmalia.nl

Sint Anthonis trots op steeds betere dienstverlening

Tijdens de tweede helft van 2017 heb ik bij de gemeente Sint Anthonis de dienstverlening verbeterd en het werken met Agile / Crum geïntroduceerd. In korte tijd zijn veel verbeteringen doorgevoerd. Medewerkers, inwoners en ondernemers zijn enthousiast. In onderstaand artikel komen veertien trotse medewerkers aan het woord.

Sint Anthonis – 20 november 2017

De gemeente Sint Anthonis wil tevreden inwoners, door zich meer te richten op hun wensen. Om dit handen en voeten te geven, is juni 2017 het succesvolle project ‘Naar een excellente dienstverlening’ van start gegaan. Het heeft in een half jaar tijd diverse grotere en kleinere verbeteringen in de dienstverlening tot stand gebracht of daaraan bijgedragen.

Veertien gemeentemensen vertellen op welke verbeteringen zij het meest trots zijn.

Het college van Burgemeester en Wethouders van Sint Anthonis met Tijs Breuer als secretaris a.i.

Wat is er de afgelopen tijd verbeterd?

 

Nelly: “U kunt nu ook ’s avonds in het gemeentehuis terecht. Elke maandag zijn wij open tot 20:00 uur, zodat je na het werk nog even een paspoort kunt aanvragen.”

Ilonka: “Je hoeft geen nummertje meer te trekken. Heb je geen tijd om een afspraak te maken? Dan kun je dagelijks tot 14:00 gewoon binnenlopen.”

Carla: “Voorafgaand aan de vakantieperiodes zijn we extra avonden open. Zo kunnen we onze inwoners ook in die periodes goed van dienst zijn en hoeft men niet langer te wachten dan nodig is”.

Piet Wanroij: “Ik was verbaasd over de sluiting van het gemeentehuis tijdens personeelsuitjes en recepties. Dat doen we dus niet meer.”

In de media is al ruim aandacht geweest voor onze bereikbaarheid via Whatsapp.

Hennie: “We zien een groeiend aantal mensen gebruik maken van Whatsapp. We willen daarin niet achterblijven.”

Marja: “Veel vragen gaan over de eigen omgeving. Bijvoorbeeld zwerfvuil. Die pakken wij als buitendienst direct op.”

Inwoners worden welkom geheten in Sint Anthonis

Hoe staat het met de telefonische bereikbaarheid?

Verena: “Ik zorg er met mijn collega’s van het callcenter voor, dat je direct wordt doorverbonden met de juiste persoon. Is diegene afwezig, dan word je binnen 24 uur teruggebeld.”

Overigens hebben alle medewerkers sinds kort een mobiele telefoon.

Theo: “Medewerkers zijn nu beter bereikbaar. Ook als zij van hun plek af zijn of thuis werken. We besteden extra aandacht aan de manier waarop de telefoon wordt opgenomen. En hoe de vraag wordt opgepakt.”

Pieter: “We investeren in betere software, zodat we het belgedrag en de bereikbaarheid beter in beeld kunnen brengen. Want meten is weten!”.

 

Loopt de vergunningverlening nu ook sneller?

Dilianne: “Bepaalde vergunningaanvragen, die voorheen enkele weken konden duren, handelen we nu binnen drie dagen af.

Janske: Sommige evenementen komen jaarlijks terug. Hiervoor hoef je nog maar eens in de vijf jaar een vergunning aan te vragen. Dat scheelt veel tijd en geld.

Oswin: “Tijdens het telefonische intakegesprek wordt duidelijk hoe complex een aanvraag is. We gaan vaker bij de ondernemer langs om de situatie te bekijken en de mogelijkheden te bespreken. Dat voorkomt misverstanden en we kunnen direct oplossingen vinden.”

Wordt ook gewerkt aan verbeteringen van de website?

Hannie “Je kunt nu voor meer zaken online een afspraak maken. Bijvoorbeeld voor een gesprek met de wethouder zie ik de verzoeken op mijn scherm binnenkomen. Ik bel dan direct terug om een afspraak in te plannen.”

Wat kunnen we nog meer aan verbeteringen verwachten?

 

Tijs: “Binnenkort gaan we reisdocumenten en rijbewijzen laten bezorgen. Dat kan thuis, op je werk, of waar dan ook. Wel zo handig.”

Ik stimuleer graag eigen initiatief van medewerkers. Dan gebeuren er mooie dingen.

Eefke: “We organiseren een avond, waarin we in gesprek gaan met lokale ondernemers. Dan horen we graag wat hun ideeën en wensen zijn. Ik ben heel benieuwd!”.

Carla: “Elke klant vragen we om een kaartje met een Smiley in te vullen. Zo krijgen we iedere dag feedback over onze dienstverlening aan de balies.”

Koen: “We willen verbetering van de dienstverlening blijvend aandacht geven. Daarbij werken we met een enthousiast ‘Scrum team’. Dit team pakt elke twee weken een aantal verbeteracties op. Dit werkt heel motiverend en leidt snel tot resultaat.”

Teuna Bongers: Door echte aandacht maak ik het verschil.

Tijdens de leiderschapstraining LIFE raakte ik met Teuna Bongers in gesprek over het thema aandacht. Een mooie aanleiding op Teuna op haar werk op te zoeken, bij Kinderopvang Heijendaal. Als ze mij hartelijk verwelkomt op haar kantoor, is ze de rust zelve. Ze straalt van vrolijkheid als ze met de ouders en begeleiders spreekt. Toen ik haar sprak vervulde zij de rol van waarnemend directeur en gaf ze leiding aan vijftig medewerkers. Ik vroeg haar: Wat is aandacht eigenlijk?

Teuna: “Aandacht is tijd nemen voor waar de ander mee komt. Er even voor gaan zitten. Als ik aandacht geef, maak ik even ruimte in mezelf om er voor de ander te zijn.” Komt dat altijd uit? “Als iemand mijn werkkamer binnenkomt maak ik snel een onderscheid. Is het urgent of is het iets wat ook op een ander tijdstip besproken kan worden. Soms heeft de ander alleen maar even behoefte om gezien of gehoord te worden. Omdat zij ergens mee rondloopt wat haar dwars zit bijvoorbeeld. Ook dat kan belangrijk zijn.”

Hoe is het om aandacht te ontvangen. Wat doet dat met jou?
“Het is fijn om aandacht te ontvangen van mensen met wie ik me verbonden heb. Maar in mijn rol als leidinggevende zit ik niet direct op aandacht te wachten. Ik wil vooral mezelf kunnen zijn. Naar mijn medewerkers toe heb ik geen behoefte om in de aandacht te staan. Uiteraard vraag ik om functionele aandacht als ik voor alle medewerkers sta en hen toe spreek. “

“Wel is het fijn als ik me gedragen voel. Als men vanuit het bestuur aandacht geeft, is dat fijn. Je merkt direct of die aandacht oprecht is. Dan weet ik dat er verbinding is en dat ik ook op de ander kan rekenen. Dat geldt ook voor mezelf. Als ik zelf aandacht geef wil ik ook bereid zijn om op te kunnen vangen wat je terugkrijgt en daar later wat mee te doen. Dit doe ik door mede verantwoordelijkheid te dragen, waar nodig steun te geven of erop terug te komen. “

Als je aandacht geeft, wat brengt dat jou?
“Een medewerker wil even iets met mij delen, ze vraagt om een moment van aandacht. Daarna kan ze met minder last of zorgen hun werk kunnen doen. Heel functioneel dus. Want zij kan haar aandacht weer volledig aan de kinderen geven. Maar daarnaast is aandacht geven ook ook heel dankbaar. Er gebeurt iets in mezelf als ik aandacht geef. Het geeft mij veel voldoening als ik iemand lichter mijn kamer uit zie gaan. Alleen al het feit dat men bij mij langs komt om iets te delen is een uiting van vertrouwen. Ik geniet daar van.”

“Op zo’n moment ontstaat ook iets van loslaten waar je mee bezig bent. Je moet even een knop omzetten. Ik laat het denkwerk en regelwerk los en ben even in het nu. Het enige wat op dat moment van belang is, is het contact tussen mij en de medewerker. Eigenlijk hoef ik op dat moment niets anders dan er volledig te zijn. Alleen dan is er echte aandacht. En dan ontstaat er het vertrouwen dat ik vanuit mijn aanwezigheid de ander kan zien en dat de oplossingen zich wel aandienen. Dat het goed is zoals het is.”

Teuna geeft een voorbeeld. “Er was een groep waar klachten waren dat de baby’s zoveel huilden. Kan gebeuren. Toen bleek dat in de groep een leidster was die heel veel zorgen had. Het werd mij duidelijk, dat wanneer er veel gehuild wordt of er veel onrust onder de kinderen is, ik eigenlijk even moet gaan kijken wat er met die leidsters aan de hand is. Even aandacht schenken aan hen is dus ook voor de kinderen. Toen ik de medewerker de ruimte gaf voor haar zelf, huilden de baby’s minder. Toen zag ik dat er een directe samenhang was.”

Hoe zorgt jouw aandacht voor meer zelfstandigheid?
Door aandacht ontstaat er ook meer zelfbewustzijn bij de medewerkers en kunnen ze meer aan. Bij mijn start was door mijn voorganger een extra regel ingesteld over hoe om te gaan met zieke kinderen en wilde men niet direct met ouders hierover in gesprek.  Ik was verrast dat ze nu zelf voorstelden om die regel, die er was om hen te beschermen, weer mag worden afgeschaft. Ze zijn zelf in staat om het gesprek met de ouders hierover te voeren. Ik zie dat ze zelf meer weerbaar en zelfbewust zijn geworden.

Stel dat je je dag niet hebt en even die aandacht niet kunt opbrengen. Merk je dat dit effect heeft op anderen?
Teuna: “Wat ik tijdens de leiderschapsopleiding LIFE geleerd geleerd heb is, dat wat je uitstraalt niet hier stopt. Teuna legt haar hand op haar borst. “Ik straal dat verder uit dan alleen mijn huid en anderen vangen dat op. Tijdens de opleiding heb ik dat aan den lijve ondervonden.

“Toen ik hier net begon, gingen medewerkers er vanuit dat leidinggevenden toch nooit tijd hadden. Het gevolg daarvan was dat ze niet kwamen met de dingen waar ze mee zaten. Ze probeerden het zelf maar op te lossen of het ging een eigen leven leiden. Door die frustratie en medewerkers namen een houding van overleven aan, ze deden alleen nog het hoog nodige. Ik ben blij dat ik dat heb kunnen doorbreken.”

“Er was een medewerker”, aldus Teuna, “die iets wilde delen met mij, maar ze schatte in dat ik daar niet open voor stond. Ze had een aanvaring gehad met een ouder, dat wilde ze even kwijt voordat ze die ouder weer zag. Als medewerker zoek je naar de voor dat moment meest haalbare oplossing. Door te sparren kan je het erover hebben: waarom heeft het je zo geraakt. En wat zijn alternatieven. Daardoor wordt het niet onnodig groter. Nu heeft ze er twee weken mee rondgelopen. Als ik haar wel had kunnen spreken, had ik haar kunnen vragen: wat zou je de volgende keer met de ouder willen zeggen?”

“Er zijn verschillende gradaties van aandacht. Is het een regeldingetje of wil iemand iets van zichzelf kwijt. Dit proef je in de eerste zin.” (Teuna Bongers)

Ik heb een klein stoeltje naast mijn bureau, zodat iemand bij me kan komen zitten, zonder dat er gelijk een overlegsituatie ontstaat. Een andere vorm van aandacht is de ander echt zien, in dat waar ze hiervoor zijn, hoe ze bezig zijn met hun werk.

Teuna: “Ik neem weleens even de tijd om in een groep erbij te komen zitten en te kijken hoe het gaat. Ik geef ze dan de aandacht voor het werk wat ze doen en niet voor het probleem waar ze mee komen. Ik zie ze in hun werk. Als ik op de groep ben heb ik geen commentaar, ik stel wel vragen maar ik ben verder gewoon aanwezig. Het heeft geen zin om steeds te benoemen wat er niet goed is of wat me niet bevalt.”

Wat doet die aanwezigheid met ze?
Het is een basisbehoefte om gezien te worden. Ik beschouw het als een vorm van waardering en respect. Ik vind dat de mensen, waar je direct leiding aan geeft, moet zien in hun werk. Het is een vorm van respect en waardering voor het primaire proces, het echte werk dat ze doen. Daarmee laat ik zien: wat jullie doen, daar draait het om.

Bovendien kan ik mijn rol beter vervullen als ik vanuit mijn positie ook zie hoe ze werken. Als er dan iets vervelends gebeurt, kan ik de problemen beter plaatsen en meedenken over oplossingen.

“Heel af en toe spring ik bij, wat natuurlijk niet de bedoeling is.” Teuna moet lachen. “Een van de leidsters zei toen: oh Teuna ben je aan het werk? Waarop ik zei : Meestal ben ik hier aan het werk, maar nu even niet!”

“Als leidinggevende kan ik stellen dat aandacht het verschil maakt.” (Teuna Bongers)

“Met meer aandacht verandert het hele kinderdagverblijf. Een medewerker zei laatst: Sinds jij hier bent gebeuren er weer dingen. Je brengt iets te weeg. Wat ik teweeg ben is dat ik mensen uitnodig, meer te durven en dingen te ondernemen. Door de aandacht die ik geef hebben ze meer zelfvertrouwen en enthousiasme om hun nek uit te steken. Ze komen met meer plezier en motivatie naar hun werk.”

Meer informatie over de opleiding “LIFE” vind je hier

Verwonderingen van mijn dochter

Mijn dochter Eva studeert politieke wetenschappen in Brussel. Het leek haar interessant om eens in de keuken van en gemeentelijke organisatie te kijken. Een snuffelstage was zo geregeld. Bij de gemeente Sint Anthonis, waar ik momenteel als directielid (ad interim) werkzaam ben, heeft Eva twee dagen meegelopen. Ze heeft managers gesproken en is bij overleggen aangeschoven. Tevens is ze met een van de wethouders op pad geweest. Ik vroeg haar naar ervaringen en dacht bij mezelf: Dit zouden veel meer mensen moeten doen!

Wat was de reden dat je een keer bij een gemeente stage wilde lopen?
Ik studeer politieke wetenschappen en dat is veel theorie en weinig praktijk. Het leek me interessant om in de praktijk te zien hoe het in een politieke organisatie in zijn werk gaat. Daar komt bij dat in een studie vooral op landelijk niveau dingen worden behandeld. Het is leuk om dit op lokaal niveau te zien bij een gemeente. Bovendien: in België, waar ik studeer, lopen dingen weer anders dan in Nederland. Die vergelijking is ook interessant. Bijzondere kans was natuurlijk dat mijn vader nu bij de gemeente Sint Anthonis werkt en dat ik hem ook aan het werk kon zien en zo gezichten op de verhalen kon plakken.

Wat heeft je het meest verrast?
Alles is mensenwerk. Het werk achter de computer is niet bepalend voor het resultaat, maar juist de persoonlijke contacten tussen collega’s zijn heel belangrijk en zorgen voor een betere kwaliteit van de advisering. In werkgroepen werd goed naar elkaar geluisterd, werd ruimte aan elkaar gegeven om inbreng te leveren. Zo vulden medewerkers elkaar mooi aan en kwamen tot oplossingen en nieuwe inzichten. Ook zag ik dat bestuurders elkaar en de medewerkers gebruiken als klankbord. Door die feedback kunnen ze beter beslissingen nemen.

Ik zag grote verschillen in de houding en het gedrag van managers. Zij kunnen duidelijkheid scheppen door dingen goed door te spreken in overleg, in plaats van een mailtje te sturen. En het viel mij op hoe de houding van een manager een reactie uitlokt bij medewerkers en dit bepaalt in grote mate hoe een collega het werk oppakt. Als er vertrouwen is voelen medewerkers zich vrijer om met creatieve en originele oplossingen te komen en die te delen met elkaar en hun leidinggevende.

Ook was ik verrast over de mate van vrijheid die een ambtenaar heeft binnen de kaders die de gemeenteraad heeft gesteld. In de advisering aan het college is veel speelruimte voor de ambtenaar om daar een eigen invulling aan te geven. Ik dacht dat de raad en het college de richting bepalen en ambtenaren alleen uitvoeren. De politieke kleur heeft minder invloed dan ik dacht. In de praktijk moeten wethouders in belangrijke mate vertrouwen op een professionele advisering van hun ambtenaren, omdat zij onmogelijk van alles verstand kunnen hebben. Ik zag dat de wethouder goed luisterde naar de juridisch adviseur, maar wel haar eigen visie en standpunt inbracht. Die wisselwerking is interessant.

Wat neem je mee naar Brussel?
Ik dacht dat het werk als ambtenaar, op een kantoor erg saai zou zijn, maar het werk kan heel dynamisch en afwisselend zijn. Het kan zowel inhoudelijk heel interessant en uitdagend zijn als ook door de wijze waarop collega’s en managers met elkaar omgaan. Een lach en een grap kan alles ineens veel lichter maken en de een discussie een andere wending geven. Ook grappig om te zien dat de managers net zo goed behoefte hebben aan een uitlaatklep. Plezier in het werk is net zo belangrijk als het resultaat.

Ervaar je eigen uniciteit en je voelt je overal thuis – May Ing Tan

Interview May Ing Tan over jezelf zijn als immigrant

 

Of je nu expat bent, immigrant, homo of gescheiden moeder, we wijken allemaal wel ergens in af. De buitenwereld verwacht dat jij je aanpast. Dat doen we dan maar, want we hebben een natuurlijke behoefte om onderdeel uit te maken van de monocultuur. Zonde! Door mezelf juist met al mijn bijzonderheden te accepteren, voel ik me vrijer. Dan maakt het niet meer uit waar ik woon en waar mijn thuis is, want ik voel me fijn met mezelf, waar ik ook ben. Ik kom thuis bij mezelf.

Mayt Ing Tan

 

Hiermee vat May Ing Tan kort de basis van Essentiecoaching samen, een opleiding waar zij één van de hoofddocenten is. In Nederland is coaching een trend. Er zijn zo’n 40.000 coaches in Nederland en nog steeds kiezen veel mensen voor een opleiding tot coach. Hoe komt het dat de behoefte aan coaching zo groot is?

 

Tan: In onze cultuur is het “not done” om je eigen persoon tot de diepte te onderzoeken. Daardoor is therapie alleen voorbestemd voor diegenen die echt een probleem hebben en hulp nodig hebben om te kunnen functioneren in onze maatschappij. Coaching is laagdrempeliger omdat het gericht is op zowel je werk als je persoonlijkheid. Bij coaching graaf je niet in het verleden, maar ga je aan de slag met de dingen die je tegenkomt in het hier en nu. Dat past in de huidige behoefte aan enerzijds snel resultaat en anderzijds zelfverwerkelijking.

 

In Nederland worden veel medewerkers door hun leidinggevende naar een coach gestuurd omdat ze niet optimaal presteren of omdat de organisatie iets anders van ze verwacht. Ze moeten bijvoorbeeld assertiever worden of beter samenwerken. De Anglicaanse bedrijfscultuur vraagt veel van haar werknemers. De werkgever betaalt het coachingstraject en die verwacht dus ook iets terug: hogere productiviteit, betere prestaties, loyaliteit. Dit komt terug in de jaarlijkse beoordelingsgesprekken. In Nederland wordt er van je verwacht, dat je individualistisch bent, maar ook dat jij je conformeert aan de rest en je dus aanpast aan de middenmoot. Die combinatie stelt hoge eisen aan iemands gedrag. Coaching kan helpen om hier beter mee om te gaan.

May-Ing-2

 

De term ‘coach’ wordt gebruikt voor allerlei vormen van persoonlijke begeleiding, ook als iemand eigenlijk therapeut, supervisor, adviseur, counsellor of consultant is. Waarin onderscheidt Essentiecoaching zich? Er zijn veel coaches die alleen maar even iemand “fixen”, aldus Tan. Essentiecoaching is anders, omdat je de verbinding van je persoonlijkheid met je passie en je oorsprong herstelt. Tan werkt daarom niet met cliënten die gestuurd worden door hun baas, dat zou niet werken.

logo essentiecoaching

Tan legt uit: Alleen vanuit je persoonlijkheid kan je jezelf niet helpen. Maar in contact met je oorsprong vind je hele effectieve antwoorden en verander je snel. Je verandert niet alleen jouw gedrag, maar vindt ook je eigen unieke identiteit terug. Een cursist vertelde laatst, dat hij Essentiecoaching ervaart als heel licht: de inzichten raken je heel diep terwijl je heel basale problemen aan het oplossen bent.

 

Een kenmerkende werkvorm in Essentiecoaching is “Direct ervaren”. Wat is dat? Tan: Door tegelijkertijd te voelen en te denken, blijft je meer in het moment. Je voelt wat er op dat moment aanwezig is, en niet de gedachten en emoties uit het verleden. Direct ervaren is zo’n effectief middel, omdat bij het voelen het drama, het verhaal, achterwege blijft. Zo sprak Tan laatst iemand die ergens sterk van overtuigd was en dit steeds wilde uitdragen. Dat kostte veel energie. Ik vroeg: Sta maar even stil. Wat ervaar je nu? Ze zei: Als ik stil sta, word ik gek.  Blijkbaar was ze bang, ze vermeed de pijn. Als je even stilstaat kom je erachter dat je je misschien eenzaam voelt, of dat je eenzijdigheid hebt ontwikkeld, bijvoorbeeld door heel flink te moeten zijn.

 

webfoto-May-Ing-2

 

We werken ook veel met integratie, aldus Tan, bijvoorbeeld de integratie van je voelen, je denken en je willen. Ze vertelt over een gewaardeerde leidinggevende, die bij haar kwam. Het is een sterke vrouw met een krachtige uitstraling. Toen ze even stilstond bij het moment, realiseerde ze zich dat ze eigenlijk altijd door haar moeder bekritiseerd werd en zich nog steeds aan het bewijzen is. Terwijl daar nu geen aanleiding meer voor is. Haar wil was een eigen leven gaan leiden. In termen van polariteiten was haar geest dominanter geworden dan haar lichaam en haar mannelijke helft nam het van haar vrouwelijke helft over. Door de integratie vind je jouw eigen midden en kom je meer in balans, in je loodlijn. De zachtere kant van deze krachtige vrouw mocht er weer zijn. Zo ontwikkel je je niet eenzijdig, maar word je verbonden met al je potenties in jezelf. Als je niet weet dat je zo aan het doorhollen bent om jezelf te bewijzen, blijf je doorgaan. Het inzicht maakt dat je kunt besluiten om hiermee te stoppen.

 

May Ing Tan en Lenne Gieles

 

 

May Ing Tan is niet alleen geïnspireerd door Lenne Gieles, de oprichter van Essentiecoaching en schrijfster van het boek “Thuis”. Ook Robert Quinn heeft haar geïnspireerd, wanneer hij schrijft over concurrerende waarden. Hij gebruikt combinaties van tegengestelde woorden, die elkaar aanvullen. Een voorbeeld van zo’n polariteit is “verantwoordelijke vrijheid”. Vrijheid zonder verantwoordelijkheid werkt niet. Ook heeft hij het over “harde liefde”, “liefdevol grenzen stellen”, en “geaarde visie”. Als je deze polariteiten met elkaar verenigt sta je zelf in het midden en kan je, afhankelijk van de situatie, meer naar links of meer naar rechts gaan. Dit geeft je meer vrijheid. Je wordt niet meer afhankelijk van een patroonmatig gedrag. Je krijgt meer grip op je keuzes.

 

Robert Quinn

 

Bij Essentiecoaching gaat het altijd over verandering bij jezelf en het openen van jouw eigen vermogens. Hoe is bij May Ing de verbinding tussen voelen, denken en willen tot stand gekomen? May Ing: “Ik ben eigenlijk erg gevoelig, maar heb het voelen op gegeven moment opzij gezet. Door de integratie van het denken en voelen vond ik mijn zachte kracht weer terug. Ik kan nu naast het bepalen en sturen ook meer volgen, meer plezier en genieten in plaats van moeten. Ik kom daardoor meer in verbinding met mensen. Tegelijk ben ik beter in staat om grote beslissingen te nemen, omdat ik minder bang ben voor mijn eigen kracht. Ik was heel erg bazig maar tegelijk ook onzeker. Op een avond heeft het me lange tijd gekost om te erkennen hoe bazig ik eigenlijk was. Dat was mijn eerste stap tot integratie. Nu ben ik minder bazig en meer zeker van mezelf.

 

May Ing was bijna 13 toen ze vluchtten uit Indonesië naar Duitsland. Ze vertelt over haar jeugd: via een omzwerving kwam ik in Nederland terecht. Alles was vreemd en ik sprak de taal niet. Toch keek ik anders naar dat vreemde, omdat ik wist dat we hier gingen wonen. Toen we met de trein Nederland binnen reden, passeerden we een rij huizen en ik was zo verbaasd over hoe klein de huizen en tuinen waren. Dat mensen zo dicht op elkaar konden leven. Het viel me ook op hoeveel er werd gezoend op straat. Seksualiteit en intimiteit was heel zichtbaar en openbaar. Haar moeder leerde haar om al het nieuwe te onderzoeken. Ze nam haar mee in de bus, van het begin- tot het eindpunt. De buschauffeur zei: Jullie moeten eruit hoor. Maar mijn moeder zei: nee hoor, we gaan graag mee tot het andere eindpunt.

May Ing Tan deed veel ervaring op in het werken met immigranten, zoals expats en vluchtelingen. Zo werkte ze ruim 10 jaar bij ISIS. Deze organisatie richt zich op het managen van diversiteit. Tan: Na zoveel jaren weet ik dat er helemaal geen verschil is tussen Nederlanders en wie dan ook. Ook de Nederlanders hebben moeite met hun eigen gebrek aan beleefdheid, het aanpassen, met het ongemanierde.

 

Als je uit het buitenland komt is het wennen dat het gedrag en het taalgebruik in Nederland nogal ruw en direct is. Daar had haar vader destijds erg onder te leiden. Ik leerde dat ik beter mijn zachte kant kon afsluiten. Net als alle andere Nederlanders. Dat was goed voor haar carrière, maar ze raakte daarmee ook een stukje van zichzelf kwijt. May Ings boodschap voor immigranten: Blijf vooral jezelf en blijf in contact. Laat je niet afschrikken door de ruwheid en directheid of wanneer je door de ander wordt afgewezen. Probeer je te verbinden met anderen, ook als dat eerst moeilijk gaat. Het kan zijn dat de ander afstand houdt, omdat je er anders uitziet. Schrik daar niet van terug, maar blijf gewoon contact maken. Ik word verdraagzamer voor het feit dat iedereen steeds blijft vragen: waar kom je vandaan? Ook dat is voor anderen een manier om verbinding te maken.

 

Mijn verlangen is dat het gewoner wordt in Nederland om te spreken over Chinese Nederlander te zijn, of een Brabantse Nederlander. En dat we gaan zien hoe waardevol ieder unieke bijdrage is aan onze samenleving. Als iedereen zichzelf kan zijn en zich volledig kan ontplooien, wordt Nederland een nog fijner land waar je gewoon een mens kan zijn.

Ik merk dat ik hier geïrriteerd door raak – Interview met Roeland Bosch

In gesprek met Roeland Bosch, organisatie-adviseur, trainer en coach

“Weerstand is niet iets om te vermijden.  Weerstand is een uiting van iets wat iemand belangrijk vindt en waar emotie achter zit. Dat gevoel verwijst vaak naar belangrijke waarden en overtuigingen. Waardevol dus om bij stil te staan.”

Dit is een van de uitspraken van Roeland Bosch die me, na hem geïnterviewd te hebben, het meest is bijgebleven.

Roeland Bosch

Als onderdeel van de Coaching opleiding heb ik Roeland Bosch benaderd, omdat hij naast organisatie-adviseur, trainer en coach is met een psychologie-achtergrond. Roeland werkt als zelfstandig ondernemer (IKOS-consult) en werkt bij grotere opdrachten ook vaak samen met andere adviseurs. Onderdeel van het tweede blok is, om de thema’s weerstand, afweermechanismen en projectie te verkennen middels een interview.

Het thema weerstand ken ik uit de praktijk van het leidinggeven. Ik maakte nogal eens mee dat negatieve ervaringen met eerdere leidinggevenden ervoor zorgden, dat medewerkers met de nodige argusogen mij als nieuwkomer verwelkomden. Ook leerde ik in de praktijk omgaan met boosheid of verdriet die medewerkers toonden, wanneer ik hen aandacht gaf en nieuwsgierigheid toonde. Ik realiseerde me dat die emoties vaak gerelateerd waren aan herinneringen uit het verleden. In situaties met collega’s die je op een voetstuk plaatsen omdat je toevallig hun leidinggevende bent, betrapte ik mezelf er soms op dat ik een vaderlijke houding aannam, een vorm van tegen-overdracht. Nu wilde ik weten hoe je als coach met deze thema’s omgaat.

Pacific Parc

Ik ontmoet Roeland in de Westergasfabriek, op een herfstige namiddag. Hoewel hij volledig is natgeregend, komt hij me met zijn brede aangename glimlach tegemoet. Wie kan er nu weerstand hebben bij zo’n verschijning?

Terwijl ik hem vertel, dat ik het met hem o.a. wil hebben over overdracht, realiseer ik me dat de keuze om hem te benaderen wellicht ook met vorm van overdracht te maken heeft. Ik had hem eerder meegemaakt als inspirator tijdens een leiderschapstraining. Ik was toen erg onder de indruk van zijn vrolijke, zelfbewuste uitstraling terwijl hij voor een grote groep managers zichzelf bleef en zijn gevoel toonde. Nu verwachtte ik van hem goede raad, als van mijn vader, maar word snel uit die droom geholpen door zijn weifelende eerste reactie.

Roeland Bosch

Tja, wat is weerstand eigenlijk? Mijmert hij. Het is normaal dat iemand zich wat afweert als je confronteert. Ik noem het dan vaak geen weerstand. En zeker bij een-op-een gesprekken is dit juist aanleiding om door te vragen. Het maakt uit of iemand vrijwillig kiest voor coaching of dat iemand “gestuurd” is door zijn leidinggevende. En bij teamcoaching zegt weerstand vaak meer over de dynamiek binnen het team dan over een individu.

Roeland vertelt een anekdote:

Ik had laatst een klant die van zijn leidinggevende te horen had gekregen dat er meer van hem verwacht werd om de relatie met zijn klanten en leveranciers te onderhouden. Hij zag daar het nut en de noodzaak niet van in en voelde weerstand, maar realiseerde zich tijdens het gesprek ineens dat het misschien meer ging over zijn moeite en onvermogen om hier invulling aan te geven. De weerstand bracht hem dus nieuwe inzichten.

In een-op-een trajecten schakel je veel door mee- en tegengas te geven. Ook her-contracteer ik veel, dus je stemt steeds de wensen van de klant af. Hoe ver wil hij gaan in het delen van dilemma’s en achterliggende thema’s?  Iemand had 360-graden feedback gevraagd aan zijn medewerkers en wilde dit met mij delen. Ik heb toen afgetast of hij bereid was te delen uit wat voor nest hij komt. Daartoe was hij pas bereid nadat hij begreep dat ik zo beter kan meedenken en de kritiek kan relateren aan aspecten van zijn opvoeding en sociale omgeving.

Bij intervisie-groepen loop ik eigenlijk altijd wel tegen weerstand aan. Als je bij het bespreken van casuïstiek patronen probeert bloot te leggen, is dat vaak lastig voor mensen om te onderkennen. Dan gebeurt het sneller dat mensen weerstand vertonen. Hoe herken je dat er sprake is van overdracht? Dit herken ik als de reactie van iemand in de groep heftiger is dan ik verwacht op basis van de situatie.

weerstand

In een groep kan het voorkomen dat iemand tegen me uitvalt. Ik ga dan na wat ik heb gezegd, waardoor de ander emotioneel wordt. Vaak is de emotie terug te leiden naar een vorm van overdracht, omdat ik me in een groep meer als leider opstel. Hiërarchie roept per definitie overdracht en vaak ook weerstand op.

Wat ik veel doe is mijn eigen gevoel, mijn reactie benutten in het coachingsgesprek. Voel ik me ongemakkelijk, dan kan het zijn dat anderen waar deze persoon mee samenwerkt wellicht op dezelfde ervaren. Door mijn gevoel terug te geven als reactie, kan de gecoachte onderzoeken of deze reactie vaker voorkomt.

Betrap je jezelf weleens op tegen-overdracht? Roeland moet lachen om de term “betrappen”. Betrappen klinkt alsof het er niet mag zijn, en volgens mij is het belangrijk om te herkennen dat ook tegenoverdracht van waarde kan zijn als je er bewust van bent. Waakzaamheid op de eigen reactie is altijd belangrijk. Ik ben vooral heel alert op mezelf als ik zelf veel emotie voel in een gesprek, erg veel compassie voel of juist ongeduld. Dus als er teveel afstand of betrokkenheid van mijn kant komt, weet ik dat ik moet oppassen. Voor je het weet ga je iemand proberen te redden en daar schiet niemand wat mee op.

Roeland Bosch

Hoe voorkom je dit? Daar ga ik vooral niet te theoretisch mee om. Ik geloof dat je als coach iets van intuïtie moet hebben, dus wil ik niet te beredenerend, krampachtig reageren tijdens een gesprek. Als ik merk dat mijn gedachten de aandacht trekken, dan probeer ik daar geen oordeel over te hebben, maar dit constructief in te zetten. Ik zeg dan bijvoorbeeld: “ik merk dat ik hier geïrriteerd door raak”.  Of als ik ongeduldig raak, dan vraag ik mezelf wat ik mis in het gesprek. Komen we onvoldoende tot de essentie? Ook dat kan ik dan aan de orde stellen.

Uit verslagen kun je ook veel opmaken over eventuele weerstand. Waarom blijven bepaalde zaken onvermeld? Ik vraag altijd aan coachees om verslagen te maken van gesprekken en maak bewust zelf geen verslagen van gesprekken Vanuit de gedachte dat de gecoachte zelf meer “in the lead” blijft over zijn eigen coachingstraject. Wel geef ik een reactie op het verslag, als ik dat toegestuurd krijg. Alleen de actiepunten leg ik vast. Ik daag graag uit om experimenten aan te gaan. Zo sprak ik laatst een marketeer, die steeds als ze thuis was zat te piekeren over het werk. Op het werk ging ze iets anders doen als ze begon te piekeren maar thuis lukte dat niet goed. Daarom sprak Ik met haar af dat als ze merkte dat ze aan het nadenken was, ze zou gaan schoonmaken.

Komt het weleens voor dat hij er na een eerste gesprek vanaf ziet om iemand te coachen?, vraag ik hem. Als ik teveel dwarsverbanden heb, begin ik er niet aan. Coach ik bijvoorbeeld een leidinggevende, dan ga ik niet ook een van zijn medewerkers coachen. Ook coach ik iemand niet als deze niet zelf gecoacht wil worden, bijvoorbeeld iemand die gestuurd is door zijn manager. Om die reden laat ik de potentiële coachee altijd zelf eerst contact opnemen. Maar ik kan me niet herinneren dat ik bijvoorbeeld vanwege het ontbreken van een klik iemand heb afgewezen. Ik geloof dat ik maatjes moet worden met iets in de ander. Zo vind je eigenlijk altijd wel een klik.

Wel verwijs ik soms door naar een therapeut. Ik bespreek dan dat een aantal vragen in aanmerking komen voor coaching, maar dat een ander deel niet aan bod zal komen. Ik adviseer dan: overweeg om naast of aansluitend aan de coaching hulp te zoeken voor die andere vragen, die meer op het persoonlijk leven betrekking hebben en niet werk-gerelateerd zijn. Iemand kan zelf het beste bepalen wat hij op dat moment nodig heeft. Misschien is alleen coaching voor nu voldoende en zoekt hij op een later tijdstip alsnog een psychotherapeut.

Ik vraag hem naar zijn de grootste valkuilen bij coaching. Hij noemt ongeduld als een terugkomend aandachtspunt. Soms is iemand ergens nog niet aan toe. Ik ben soms ook wat zelf-ingenomen in de zin van: Volgens mij zie ik heel goed wat hier speelt maar zie je dat zelf nog niet”. We moeten beiden lachen om de herkenning. Ander punt is dat ik niet altijd de grens tussen coaching en therapie afbaken. Soms ben ik teveel aan het wroeten in privé-aangelegenheden. Dit doe ik, omdat ik vind dat duurzaam veranderen ook betekent, dat je dieper moet gaan, op overtuiging en identiteitsniveau kom je snel onder iemands huid en is de grens tussen werk en privé niet meer zo scherp te trekken.

Terwijl hij hierover gepassioneerd vertelt hoor ik een belangrijke overtuiging en drijfveer van Roeland. Hij gaat door over een van zijn passies: systemisch werk, waarbij hij middels simuleren van familiesituatie en organisatieopstellingen kijkt naar het verleden. Ik vraag heel vaak: uit wat voor nest kom je, wat is belangrijk voor je, hoe denk je dat je gevormd bent? Wat zegt dat over het hier en nu? Het doel is om vrijer te worden in het hier en nu, niet om te blijven wroeten in het verleden. Die overdracht en projectie hangen hier ook mee samen, dus vaak zegt de reflex veel over het verleden, meer dan wat er hier en nu gaande is.

En zo komen we weer terug bij het thema weerstand. Onze conclusie van de avond is dat weerstand vaak een mooie aanleiding is om stil te staan bij iemands waarden, als je hier bij stilstaat laat het iets zien waar je wat mee kunt.

Terwijl ik naar huis reis, realiseer ik me dat ik net als Roeland heel toegankelijk en benaderbaar ben en weinig weerstand oproep. Hij vertelde me hierover, dat hij dit een tijd als kwaliteit zag, maar dat hij geleerd heeft om op te passen, daarbij zijn eigenheid niet te verliezen. Dit is voor mij heel herkenbaar. Door me te sterk in te leven in de ander, breng ik de confronterende boodschap op zo’n manier dat iemand het kan horen, waardoor het minder weerstand oproept. Maar daarmee doe ik soms mijn eigen gevoel te kort of sterker nog, kom ik mat en soft over. Een meer stellige manier van uitdrukken, met mijn eigen emotie erin, komt dieper binnen en kan de ander meer raken. Zo kan ook tegen-overdracht een nuttig middel zijn, mits bewust en gedoseerd toegelaten, om in te zetten bij coaching.

Tijs Breuer rietland

Diezelfde week nog ervaar ik in verschillende gesprekken hoe waardevol is om me bewust te zijn van mijn eigen emotie en die meer te tonen aan de ander. Ook breng ik mijn emotie onder woorden, zoals Roeland deed: “Ik merk dat ik geirriteerd raak”. Er ontstaat geen conflict als ik dit zeg, maar juist een veel levendiger gesprek waarin de ander ook meer zijn emoties durft te tonen. Een waardevol inzicht dus.

Terugkijkend op het interview is voor mij de belangrijkste les, dat weerstand en overdracht niet iets is om bang voor te zijn of uit de weg te gaan. Juist door er aandacht aan te geven, kan er een waardevol gesprek op gang komen, waar de coachee veel meer aan heeft. Diezelfde avond nog neem ik me voor om in gesprekken als manager en vooral als coach alert te zijn op signalen van weerstand, om dit als aanknopingspunt te gebruiken voor meer verdieping en om sneller tot de essentie te komen.