Less is more

Hoe minder overdaad, hoe beter het product. Een adagium die je veel hoort van milieuliefhebbers, en daar hoor ik ook bij. Immers, van kwalitatief hoogwaardige producten heb je er minder nodig en ze gaan langer mee, dus zijn ze minder milieubelastend. De uitspraak is afkomstig van de beroemde architect Ludwig Mies van der Rohe (1886-1969) als uitgangspunt voor het zogeheten “minimalistisch design”. En je ziet, zijn gebouwen staan stuk voor stuk nog overeind en worden nog altijd hoog gewaardeerd.

Niet alleen in de architectuur, maar ook in het leven geldt vaak: hoe simpeler, hoe beter. Eenvoud is te prefereren boven overdaad. En het wonderlijke is: eenvoud maakt gelukkig!

less-is-more

 

Toen mijn partner Joan en ik elkaar leerden kennen, merkten we al snel dat we beiden hielden van een eenvoudig leven, zonder al te veel poespas. Een simpele maaltijd van groenten, granen en peulvruchten. Een compacte garderobe en een sobere inrichting van het huis. Het was voor ons beiden een feest van herkenning, want in onze huidige maatschappij en vooral in de stad kan het leven niet gecompliceerd en overdadig genoeg zijn. Veel van mijn collega managers en coaches hebben een goede baan en een werkende partner, dus twee auto’s, drie badkamers, vier garderobekasten en vijf tv’s in huis.

Less stuff more space

 

Daar hadden wij allebei schoon genoeg van en samen verkenden we de mogelijkheden om ons leven van zo veel mogelijk ballast te ontdoen. We gingen steeds minder uit eten, we deden de auto weg en gebruikten zo veel mogelijk de fiets. Ik ging snoeien in de tientallen abonnementen op tijdschriften en goede doelen en Joan ging minder vaak weekend-tripjes naar het buitenland maken. We maakten zelfs een lijstje in Excel aan, waarin we onze goede voornemens benoemden, met de titel “la nueva vida sencilla”.

less-is-more (1)

 

Vooral toen we minder tv keken en niet meer steeds de nieuwste apps gingen downloaden ontdekten we dat we veel meer tijd voor elkaar hadden, maar ook weer eens eraan toekwamen om die boeken te lezen die maar in de kast liggen te wachten. We gingen meer in onze caravan zitten. Midden in de natuur ervoeren we hoe weinig we eigenlijk nodig hadden om gelukkig te zijn: 6 vierkante meter in de caravan, de ganzen om ons heen, een moestuin met eigen groenten. Zelfs kleren waren overbodig, want niets is fijner dan de zon en wind op je huid te voelen. We hadden helemaal geen behoefte meer om in de stad te zijn, nog meer spullen te kopen en alle culturele festiviteiten af te struinen.  We doen nu alles op de fiets.

less-is-more-manifesto

Veel vrienden spraken ons kritisch toe, maar vonden het ook heel leuk om ons te zien experimenteren. Ook kregen we vooral van oudere mensen handige tips voor de moestuin of om zelf dingen te repareren en hergebruiken. Inmiddels komen vrienden en familie voor advies: Hoe maak je dat eigenlijk, brandnetelsoep? En hoe kan ik mijn eigen zuurkool fermenteren?

Wij voelen ons met de dag gelukkiger. Dankzij de eenvoud, die we terug hebben gevonden in ons leven. We leren genieten van wat zo voor de hand ligt, en waarderen wat het leven je elke dag opnieuw in de schoot werpt.

Zelfvertrouwen en versterkende gedachten

Enkele jaren geleden stond ik voor een groep collega-managers om hen te informeren over een organisatieverandering. Tot mijn verrassing blokkeerde ik, was ik mijn verhaal kwijt en kwamen de woorden moeilijk uit mijn mond. Waarom was ik ineens zo zenuwachtig, en onzeker terwijl ik normaal geen enkele moeite heb om voor een groep te staan?

Presentatie Tijs stedenbaan 2011

Ik moest vandaag aan die belabberde presentatie terugdenken, omdat dezelfde gedachten mij nu opnieuw dwars zaten tijdens de voorbereiding van een presentatie. Gedachten als: “Ze zitten vast niet te wachten op mijn verhaal, ze hebben wel wat beters te doen. Ik heb toch niets te vertellen wat ze boeit. Wat ben ik toch een sukkel ten opzichte van die andere managers.” Wat ik me destijds al realiseerde, was dat  het niet zo zeer de situatie, maar vooral mijn eigen gedachten waren geweest maakten dat mijn zelfvertrouwen werd ondermijnd, waardoor de presentatie niet goed verliep.

De Rationaal Emotieve Theorie verklaart waarom je kan blokkeren in een situatie die veel belemmerende gedachten oproept. De RET methode gaat ervan uit dat ons denken bepaalt hoe we ons voelen en hoe we ons gedragen. RET geeft ook een bruikbare werkwijze om hiermee om te gaan en je zelfvertrouwen terug te winnen.  Je kunt je eigen mentale kracht vergroten, door te luisteren naar je eigen gedachten. In elke belemmerende gedachte zitten irrationele elementen, de RET noemt ze daarom irrationele gedachten. Als je je eenmaal bewust bent van de irrationaliteit van deze belemmerende gedachte, kun je een nieuwe gedachte formuleren die rationeler is. Hier vind je een aantal voorbeelden van positief geformuleerde, versterkende gedachten. Daarmee help je jezelf  om in lastige situaties toch het gewenste effect te bereiken.

RET van situatie naar reactie

Kortom: wie zich bewust is van zijn gedachten en de vertekeningen daarin, kan zijn gevoel en zijn houding en gedrag positief beïnvloeden. In bovenstaand schema zie je, hoe een lastige situatie vaak gedachten oproept, die gebaseerd zijn op oude overtuigingen. Die gedachten roepen een negatief of positief gevoel op, daarom zijn het belemmerende of ondersteunende gedachten. Dit gevoel is heel bepalend voor je gedrag en de effectiviteit daarvan. Zo kan negatieve gedachte een spiraal van negativiteit veroorzaken, omdat de belemmerende gedachte uitkomt en je nog negatiever over jezelf gaat denken. Een vicieuze cirkel dus, die kan worden doorbroken door je eigen gedachten te beïnvloeden.

Terug naar mijn eigen situatie. Als onderdeel van de ICM Coachingopleiding kregen we de volgende opdracht: maak een elevator pitch en presenteer die aan de groep. In een elevator pitch – een verkoop-praatje in de lift – verkoop je jezelf in één minuut aan een potentiële opdrachtgever.

Cartoon Elevator Pitch

Ik had een mooi verhaal op papier gezet over mezelf als coach, mijn kwaliteiten en in welke situaties je mij kan inschakelen. Toen we het aan elkaar gingen presenteren, merkte ik al dat ik onzeker werd. De andere presentaties zaten veel beter in elkaar, ik vond het geweldig hoe een ieder in zijn kracht voor de groep stond en zichzelf presenteerde. Al gauw werd ik overladen met gedachten als: “Wat kunnen zij dit allemaal goed. Dat kan ik nooit. Ik bak er vast niets van. Ik kan niet goed onthouden wat ik op papier heb gezet.” 

Veel voorkomende belemmerende gedachten komen voort uit perfectionisme: Het is nooit goed genoeg, ik moet harder werken. Een alternative gedachte kan dan zijn: Ik doe mijn best dus dat het is goed genoeg.  Ben je bang om fouten te maken, dan helpt de gedachte: Fouten is menselijk, zonder fouten kan je niet leren. Ook veel voorkomend is het thema aardig zijn. Ze vinden me niet aardig. Dit kan vervangen worden door: Ik ben zo aardig als ik wil zijn. Moet je veel van jezelf? Dan kun je in de gedachte het woord ” moeten ” vervangen door ” willen” of  “kiezen”. Onderaan dit artikel vind je een stappenplan voor het omvormen van belemmerende gedachten.

Gelukkig merkte ik direct bij de start dat het niet goed ging. Ik name even de tijd om mezelf te herstellen, door van binnen te voelen hoe spannend ik het vond en dit toe te laten. Daarna bedacht ik hoe vaak ik op het werk presentaties geef en wat een onzin het is om mezelf aan te praten dat ik dat niet kan. Ik zag iedereen even in verwarring over de korte pauze, maar ik zag ook hoe ze vol verwachting geïnteresseerd naar mij keken. Daarna merkte ik dat ik heel ontspannen mijn verhaal kon vervolgen.

Feedback Tijs elevator pitch

Op weg naar huis keek ik terug op de feedback die ik ontving: die was eigenlijk heel positief. Ik was mezelf en was de rust zelve. Deze keer liep het dus goed af. Maar ik bedacht wel dat ik voor mezelf wilde onderzoeken waar die onzekerheid vandaan komt. Een mooi aanknopingspunt dus voor coaching!

Tijs onderweg

 

Coaches kunnen het volgende stappenplan gebruiken om belemmerende naar ondersteunende gedachten om te vormen.

Stap 1. Eerst herkennen van het gevoel (vaak herken je eerder het gevoel dan de gedachte)

Stap 2: Doorvoelen van dit gevoel

Stap 3. Waar komt dit gevoel vandaan? Wat heb ik gedacht?

Stap 4. Belemmerende gedachte omkeren naar versterkende gedachte

4a Is dit waar?

4b Ben je absoluut zeker dat dit waar is

4c Wat gebeurt er als je hierin gelooft

4d Wat is er zonder deze gedachte

4e Draai de gedachte om

  1. Het is niet nodig om door te schieten in positief denken, maar wat helpt jou, om jezelf te beschermen, te versterken?

 

Ik merk dat ik hier geïrriteerd door raak – Interview met Roeland Bosch

In gesprek met Roeland Bosch, organisatie-adviseur, trainer en coach

“Weerstand is niet iets om te vermijden.  Weerstand is een uiting van iets wat iemand belangrijk vindt en waar emotie achter zit. Dat gevoel verwijst vaak naar belangrijke waarden en overtuigingen. Waardevol dus om bij stil te staan.”

Dit is een van de uitspraken van Roeland Bosch die me, na hem geïnterviewd te hebben, het meest is bijgebleven.

Roeland Bosch

Als onderdeel van de Coaching opleiding heb ik Roeland Bosch benaderd, omdat hij naast organisatie-adviseur, trainer en coach is met een psychologie-achtergrond. Roeland werkt als zelfstandig ondernemer (IKOS-consult) en werkt bij grotere opdrachten ook vaak samen met andere adviseurs. Onderdeel van het tweede blok is, om de thema’s weerstand, afweermechanismen en projectie te verkennen middels een interview.

Het thema weerstand ken ik uit de praktijk van het leidinggeven. Ik maakte nogal eens mee dat negatieve ervaringen met eerdere leidinggevenden ervoor zorgden, dat medewerkers met de nodige argusogen mij als nieuwkomer verwelkomden. Ook leerde ik in de praktijk omgaan met boosheid of verdriet die medewerkers toonden, wanneer ik hen aandacht gaf en nieuwsgierigheid toonde. Ik realiseerde me dat die emoties vaak gerelateerd waren aan herinneringen uit het verleden. In situaties met collega’s die je op een voetstuk plaatsen omdat je toevallig hun leidinggevende bent, betrapte ik mezelf er soms op dat ik een vaderlijke houding aannam, een vorm van tegen-overdracht. Nu wilde ik weten hoe je als coach met deze thema’s omgaat.

Pacific Parc

Ik ontmoet Roeland in de Westergasfabriek, op een herfstige namiddag. Hoewel hij volledig is natgeregend, komt hij me met zijn brede aangename glimlach tegemoet. Wie kan er nu weerstand hebben bij zo’n verschijning?

Terwijl ik hem vertel, dat ik het met hem o.a. wil hebben over overdracht, realiseer ik me dat de keuze om hem te benaderen wellicht ook met vorm van overdracht te maken heeft. Ik had hem eerder meegemaakt als inspirator tijdens een leiderschapstraining. Ik was toen erg onder de indruk van zijn vrolijke, zelfbewuste uitstraling terwijl hij voor een grote groep managers zichzelf bleef en zijn gevoel toonde. Nu verwachtte ik van hem goede raad, als van mijn vader, maar word snel uit die droom geholpen door zijn weifelende eerste reactie.

Roeland Bosch

Tja, wat is weerstand eigenlijk? Mijmert hij. Het is normaal dat iemand zich wat afweert als je confronteert. Ik noem het dan vaak geen weerstand. En zeker bij een-op-een gesprekken is dit juist aanleiding om door te vragen. Het maakt uit of iemand vrijwillig kiest voor coaching of dat iemand “gestuurd” is door zijn leidinggevende. En bij teamcoaching zegt weerstand vaak meer over de dynamiek binnen het team dan over een individu.

Roeland vertelt een anekdote:

Ik had laatst een klant die van zijn leidinggevende te horen had gekregen dat er meer van hem verwacht werd om de relatie met zijn klanten en leveranciers te onderhouden. Hij zag daar het nut en de noodzaak niet van in en voelde weerstand, maar realiseerde zich tijdens het gesprek ineens dat het misschien meer ging over zijn moeite en onvermogen om hier invulling aan te geven. De weerstand bracht hem dus nieuwe inzichten.

In een-op-een trajecten schakel je veel door mee- en tegengas te geven. Ook her-contracteer ik veel, dus je stemt steeds de wensen van de klant af. Hoe ver wil hij gaan in het delen van dilemma’s en achterliggende thema’s?  Iemand had 360-graden feedback gevraagd aan zijn medewerkers en wilde dit met mij delen. Ik heb toen afgetast of hij bereid was te delen uit wat voor nest hij komt. Daartoe was hij pas bereid nadat hij begreep dat ik zo beter kan meedenken en de kritiek kan relateren aan aspecten van zijn opvoeding en sociale omgeving.

Bij intervisie-groepen loop ik eigenlijk altijd wel tegen weerstand aan. Als je bij het bespreken van casuïstiek patronen probeert bloot te leggen, is dat vaak lastig voor mensen om te onderkennen. Dan gebeurt het sneller dat mensen weerstand vertonen. Hoe herken je dat er sprake is van overdracht? Dit herken ik als de reactie van iemand in de groep heftiger is dan ik verwacht op basis van de situatie.

weerstand

In een groep kan het voorkomen dat iemand tegen me uitvalt. Ik ga dan na wat ik heb gezegd, waardoor de ander emotioneel wordt. Vaak is de emotie terug te leiden naar een vorm van overdracht, omdat ik me in een groep meer als leider opstel. Hiërarchie roept per definitie overdracht en vaak ook weerstand op.

Wat ik veel doe is mijn eigen gevoel, mijn reactie benutten in het coachingsgesprek. Voel ik me ongemakkelijk, dan kan het zijn dat anderen waar deze persoon mee samenwerkt wellicht op dezelfde ervaren. Door mijn gevoel terug te geven als reactie, kan de gecoachte onderzoeken of deze reactie vaker voorkomt.

Betrap je jezelf weleens op tegen-overdracht? Roeland moet lachen om de term “betrappen”. Betrappen klinkt alsof het er niet mag zijn, en volgens mij is het belangrijk om te herkennen dat ook tegenoverdracht van waarde kan zijn als je er bewust van bent. Waakzaamheid op de eigen reactie is altijd belangrijk. Ik ben vooral heel alert op mezelf als ik zelf veel emotie voel in een gesprek, erg veel compassie voel of juist ongeduld. Dus als er teveel afstand of betrokkenheid van mijn kant komt, weet ik dat ik moet oppassen. Voor je het weet ga je iemand proberen te redden en daar schiet niemand wat mee op.

Roeland Bosch

Hoe voorkom je dit? Daar ga ik vooral niet te theoretisch mee om. Ik geloof dat je als coach iets van intuïtie moet hebben, dus wil ik niet te beredenerend, krampachtig reageren tijdens een gesprek. Als ik merk dat mijn gedachten de aandacht trekken, dan probeer ik daar geen oordeel over te hebben, maar dit constructief in te zetten. Ik zeg dan bijvoorbeeld: “ik merk dat ik hier geïrriteerd door raak”.  Of als ik ongeduldig raak, dan vraag ik mezelf wat ik mis in het gesprek. Komen we onvoldoende tot de essentie? Ook dat kan ik dan aan de orde stellen.

Uit verslagen kun je ook veel opmaken over eventuele weerstand. Waarom blijven bepaalde zaken onvermeld? Ik vraag altijd aan coachees om verslagen te maken van gesprekken en maak bewust zelf geen verslagen van gesprekken Vanuit de gedachte dat de gecoachte zelf meer “in the lead” blijft over zijn eigen coachingstraject. Wel geef ik een reactie op het verslag, als ik dat toegestuurd krijg. Alleen de actiepunten leg ik vast. Ik daag graag uit om experimenten aan te gaan. Zo sprak ik laatst een marketeer, die steeds als ze thuis was zat te piekeren over het werk. Op het werk ging ze iets anders doen als ze begon te piekeren maar thuis lukte dat niet goed. Daarom sprak Ik met haar af dat als ze merkte dat ze aan het nadenken was, ze zou gaan schoonmaken.

Komt het weleens voor dat hij er na een eerste gesprek vanaf ziet om iemand te coachen?, vraag ik hem. Als ik teveel dwarsverbanden heb, begin ik er niet aan. Coach ik bijvoorbeeld een leidinggevende, dan ga ik niet ook een van zijn medewerkers coachen. Ook coach ik iemand niet als deze niet zelf gecoacht wil worden, bijvoorbeeld iemand die gestuurd is door zijn manager. Om die reden laat ik de potentiële coachee altijd zelf eerst contact opnemen. Maar ik kan me niet herinneren dat ik bijvoorbeeld vanwege het ontbreken van een klik iemand heb afgewezen. Ik geloof dat ik maatjes moet worden met iets in de ander. Zo vind je eigenlijk altijd wel een klik.

Wel verwijs ik soms door naar een therapeut. Ik bespreek dan dat een aantal vragen in aanmerking komen voor coaching, maar dat een ander deel niet aan bod zal komen. Ik adviseer dan: overweeg om naast of aansluitend aan de coaching hulp te zoeken voor die andere vragen, die meer op het persoonlijk leven betrekking hebben en niet werk-gerelateerd zijn. Iemand kan zelf het beste bepalen wat hij op dat moment nodig heeft. Misschien is alleen coaching voor nu voldoende en zoekt hij op een later tijdstip alsnog een psychotherapeut.

Ik vraag hem naar zijn de grootste valkuilen bij coaching. Hij noemt ongeduld als een terugkomend aandachtspunt. Soms is iemand ergens nog niet aan toe. Ik ben soms ook wat zelf-ingenomen in de zin van: Volgens mij zie ik heel goed wat hier speelt maar zie je dat zelf nog niet”. We moeten beiden lachen om de herkenning. Ander punt is dat ik niet altijd de grens tussen coaching en therapie afbaken. Soms ben ik teveel aan het wroeten in privé-aangelegenheden. Dit doe ik, omdat ik vind dat duurzaam veranderen ook betekent, dat je dieper moet gaan, op overtuiging en identiteitsniveau kom je snel onder iemands huid en is de grens tussen werk en privé niet meer zo scherp te trekken.

Terwijl hij hierover gepassioneerd vertelt hoor ik een belangrijke overtuiging en drijfveer van Roeland. Hij gaat door over een van zijn passies: systemisch werk, waarbij hij middels simuleren van familiesituatie en organisatieopstellingen kijkt naar het verleden. Ik vraag heel vaak: uit wat voor nest kom je, wat is belangrijk voor je, hoe denk je dat je gevormd bent? Wat zegt dat over het hier en nu? Het doel is om vrijer te worden in het hier en nu, niet om te blijven wroeten in het verleden. Die overdracht en projectie hangen hier ook mee samen, dus vaak zegt de reflex veel over het verleden, meer dan wat er hier en nu gaande is.

En zo komen we weer terug bij het thema weerstand. Onze conclusie van de avond is dat weerstand vaak een mooie aanleiding is om stil te staan bij iemands waarden, als je hier bij stilstaat laat het iets zien waar je wat mee kunt.

Terwijl ik naar huis reis, realiseer ik me dat ik net als Roeland heel toegankelijk en benaderbaar ben en weinig weerstand oproep. Hij vertelde me hierover, dat hij dit een tijd als kwaliteit zag, maar dat hij geleerd heeft om op te passen, daarbij zijn eigenheid niet te verliezen. Dit is voor mij heel herkenbaar. Door me te sterk in te leven in de ander, breng ik de confronterende boodschap op zo’n manier dat iemand het kan horen, waardoor het minder weerstand oproept. Maar daarmee doe ik soms mijn eigen gevoel te kort of sterker nog, kom ik mat en soft over. Een meer stellige manier van uitdrukken, met mijn eigen emotie erin, komt dieper binnen en kan de ander meer raken. Zo kan ook tegen-overdracht een nuttig middel zijn, mits bewust en gedoseerd toegelaten, om in te zetten bij coaching.

Tijs Breuer rietland

Diezelfde week nog ervaar ik in verschillende gesprekken hoe waardevol is om me bewust te zijn van mijn eigen emotie en die meer te tonen aan de ander. Ook breng ik mijn emotie onder woorden, zoals Roeland deed: “Ik merk dat ik geirriteerd raak”. Er ontstaat geen conflict als ik dit zeg, maar juist een veel levendiger gesprek waarin de ander ook meer zijn emoties durft te tonen. Een waardevol inzicht dus.

Terugkijkend op het interview is voor mij de belangrijkste les, dat weerstand en overdracht niet iets is om bang voor te zijn of uit de weg te gaan. Juist door er aandacht aan te geven, kan er een waardevol gesprek op gang komen, waar de coachee veel meer aan heeft. Diezelfde avond nog neem ik me voor om in gesprekken als manager en vooral als coach alert te zijn op signalen van weerstand, om dit als aanknopingspunt te gebruiken voor meer verdieping en om sneller tot de essentie te komen.

Begin met voelen bij jezelf

 Inzicht in de ander begint bij voelen bij jezelf. Afgelopen weken heb ik gemerkt dat het luisteren naar je eigen gevoel echt een van de meest basale onderdelen is van coachen. Want inzicht in de ander begint met meer voelen bij jezelf. Ik probeer daarom ook in mijn werk als manager steeds even stil te staan, naar binnen te gaan en me af te vragen: Wat voel ik? Waar voel ik dat? En wat zegt me dat? Dit doe ik bijvoorbeeld op momenten tussen afspraken in, wanneer je toch vaak even koffie gaat halen.

Tijs luisterend

Om een goed inzicht in de ander te krijgen is het van belang je bewust te zijn van overdracht en je eigen tegen-overdracht. Deze vertroebelen soms je waarneming, als je je daar niet bewust van bent. Paul Fedder gaf ons opdracht om een interview met een coach / psycholoog te houden over dit onderwerp. Dit interview zal ik binnenkort publiceren. Het boekje met de titel “Overdracht en tegenoverdracht” van Fee van Delft beschrijft boeiende voorbeelden uit de praktijk.

Overdracht en tegenoverdracht

Je persoonlijkheid kun je omschrijven als de manier waarop je jezelf aan je omgeving presenteert en op je omgeving overkomt. Het persoonlijkheidsmodel van Marjolein van Burik toont de verschillende lagen, die samen de persoonlijkheid vormen.

Persoonsmodel Burik

 

Vaardigheden (5) en gedrag (4) zijn het meest zichtbaar. De lagen 0 en 1 liggen minder aan de oppervlakte, maar zijn al bij je geboorte aanwezig. De andere lagen ontwikkel je vanaf je jonge jaren. Hoe ouder je bent, hoe meer er wordt toegevoegd aan dit ‘torentje’, hoe meer sporen er worden getrokken en des te meer kans dat er patronen ontstaan. Patronen kunnen kwaliteiten maar ook valkuilen zijn.

Tijdens een oefening met het persoonlijkheidsmodel sprak ik met een van de medestudenten over een belangrijke verandering in haar leven. Al snel kwam er verdriet boven, waarbij ik het even spannend vond om stilte te creeren, te vertragen en erbij te blijven. Ik stopte met vragen stellen, zodat er ruimte was om de emotie er te laten zijn.

Een stemmetje in mezelf zei echter: Doe niet zo zweverig, dit is voor watjes”. Tegelijk realiseerde ik me wat een geschenk zij gaf door mij te vertrouwen en haar emotie te tonen.

In de dramadriehoek worden drie herkenbare gedragingen genoemd, die vaak voortkomen uit overdracht.

Dramadriehoek

In plaats van in dit drama te stappen is het veel effectiever om voorrang te geven aan emotie. Geen hele gesprekken over hoe erg het allemaal is dus. Alleen wel het benoemen van de emotie (door de fysieke signalen te benoemen) is al voldoende, net zoals in de oefening gebeurde. Voor die emoties hoeven we niet bang te zijn dat ze te heftig worden en we hoeven ze al helemaal niet uit de weg te gaan. “Energy Motion” geeft het al aan, emoties zijn pakketjes van energie die in beweging komen. Als je deze blokkeert is dat niet fijn. Als je ze laat gaan lucht het op.

De meest herkenbare emoties herkennen we allemaal:

blij, boos, bang en bedroefd

Smiley blijSmiley boos

Smiley bangSmiley bedroefd

Hoe ga je dan met emoties om? HEEL simple, door de vier stappen te volgen,die een mens weer meer “HEEL” maken:

  • Herkennen (He!)
  • Erkennen (Ja, mag!)
  • Ervaren (voelen! 90 sec)
  • Loslaten

Via het kader van de Rationele Emotieve Theorie kun je leren de belemmerende gedachten die je gevoelens en emoties sturen te vervangen door steunende gedachten. Hierdoor kun je remmingen opsporen en de regie van je gedachten in eigen hand nemen. Je zult je omgeving daardoor anders gaan ervaren en je vervolgens anders gedragen. Hierover de volgende keer meer.